inloggen touringcar/autobus

DIERENTUIN

UITVOERINGSPLAN EDUCATIEF PROGRAMMA MONDO VERDE

Algemene Gegevens

BedrijfsnaamFamiliepark Mondo Verde
AdresGroene Wereld 10, NL-6372 PW Landgraaf
Naam programmaCura Natura ("draag zorg voor de natuur")
Kern programmaHet educatief programma voorziet in informatie over mondiale problematiek rondom uitstervende plant- en diersoorten, die gerelateerd is aan menselijke interventie.

Aanleiding

De transformatie van "Wereldtuinen Mondo Verde" naar "Familiepark Mondo Verde" brengt heel wat teweeg binnen de organisatie. Niet alleen verbreedt Mondo Verde haar horizon om meer bezoekers aan te spreken, ook brengt dit nieuwe en andere verantwoordelijkheden mee.

Met het ontstaan van de dierentuin in Mondo Verde, is het van belang om in lijn met de geldende richtlijnen een compleet en verantwoord educatief programma op te stellen. Om te voldoen aan de normen die van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en innovatie hierbij in acht moeten worden genomen, is het Hoofd Dierverzorging de taak toebedeeld om hier concrete invulling aan te geven.

Visie en Doelstelling

Wat Mondo Verde zelf voor ogen heeft met de ontwikkeling en het implementeren van het educatieve programma, is om op een duidelijke, creatieve en unieke (Mondoverdiaanse) wijze aan bezoekers te laten zien en te laten ervaren wat het verband is tussen urbanisatie, ontbossing, soortendiversiteit, bedreiging met uitsterven, fokprogramma's en het welzijn van dieren in gevangenschap.

Doelgroepen

Mondo Verde richt de pijlen op alle bezoekers, maar voorziet onderwijstechnisch zeker ook in een welkome aanvulling op het reguliere lesmateriaal dat hiermee verband houdt. Het regionale voortgezet- en basisonderwijs zullen namelijk proactief benaderd en betrokken worden om leerlingen in Mondo Verde kennis te laten maken met relevante materie over natuur, natuurbescherming en de instandhouding van bedreigde plant- en diersoorten.

Er zal gekozen worden voor een verdeling op leeftijdsklasse enerzijds en op opleidingsniveau anderzijds. Verder zal er ook nog afhankelijk van het seizoen gekozen (kunnen) worden voor een thematische inslag.

Beoogde resultaten

Het door middel van een volwaardig en vooruitstrevend educatief programma creëren van bewustwording over dierenwelzijn en de onderkenning van globale problematiek, die als grote bedreiging geldt voor talloze planten- en diersoorten.

Activiteiten

Zowel direct in beeld als ook door middel van onderhuidse stimuli zal er worden gewerkt met een educatief concept dat in het hele park, dus in de verschillende landen en werelddelen, uitgewerkt is. Zo wordt er op wereldniveau maar ook regiogeoriënteerde wijze invulling gegeven aan de diverse dierenwelzijnproblemen en de rol die de mens hierin speelt.

Naast het educatieve programma als zodanig, zullen nieuwe informatieborden en een nieuw aan te leggen educatieve ruimte (in de Tropenhal) geïntegreerd worden in het concept, om als samenhangend geheel en als leidraad door het park bezoekers te informeren over talloze belangrijke en relevante weetjes die verband houden met de huidige collectie. Bij de afzonderlijke dierverblijven, in de educatieve ruimte en langs de wandelpaden moet op uniforme en speelse wijze de bezoeker voorgelicht worden over de diverse educatieve elementen. De educatieve ruimte heeft als doel om bezoekers op speelse en interactieve wijze kennis te laten maken met diverse dier- en wereldgerelateerde informatie.

De overall sfeer die in het park wordt gecreëerd, onder andere door de inrichting van de dierenverblijven en de zichtbaarheid van de dieren zelf, speelt een voorname rol in de realisatie van de educatieve doelstellingen.

Organisatie van het programma

De verantwoordelijkheid over de uitvoering van het dierentuingerelateerde educatieve programma ligt bij het educatief team van Mondo Verde. Hij draagt zorg voor de initiatie van het programma als ook voor het monitoren van de feitelijke juistheid en de gestelde termijnen.

Voortvloeiend uit de uitgesproken wens om het educatieve programma in Mondo Verde ten uitvoer te brengen, is het programmateam samengesteld om de gewijzigde focus parkbreed in te kunnen zetten. Dit team laat ruimte voor vernieuwing om de beoogde doelstelling en resultaten te realiseren binnen het beschikbare budget.

Waar mogelijk en waar nodig zal externe hulp ingeroepen worden van onderwijsinstellingen om de aansluiting op bestaande lesmethoden te kunnen maken, van de beroepspraktijk om de gewenste standaarden te hanteren en zelfs van bezoekers om al dan niet op voorhand extra verbondenheid te creëren.

De structuur is zodanig ingericht dat individuele teamleden hun eigen netwerk en relaties met de beroepspraktijk, schoolbesturen, onderwijsinstellingen en opleidingen kunnen benutten, om zo tot het meest complete concept te komen dat zal dienen voor de basis van het educatieve programma.

Het programmateam voert zeker in het eerste uitvoeringsjaar intensief overleg, hiervoor is meerdere keren per week tijd gereserveerd.

Omgevingsanalyse

Op het gebied van educatie zijn voor Mondo Verde deze aspecten van belang:

  1. informatie over de afzonderlijke werelddelen met de verschillende landen en de samenhang hiertussen.
  2. informatie over de dierensoorten door middel van bordjes bij de verblijven, op de website en in de (nieuw aan te leggen) educatieve ruimte. Met de inzet van QR-codes voor smartphones wordt een extra dimensie toegevoegd aan de direct zichtbare informatie.
  3. verdere verbreding of verdieping voor steun aan natuur- en dierenprojecten op allerlei fronten (er is bijvoorbeeld al een "adoptier-een-dier-actie").

Begroting

Het beschikbare budget wordt verdeeld over de verschillende initiatieven, de exacte invulling van die verdeling volgt later.

Samenvatting van de landen en werelddelen

Het tropische vogelparadijs van Mondo Verde

Aan de diversiteit aan planten en dieren wordt in Mondo Verde veel aandacht besteed: in de voorbije jaren zijn talloze soorten planten, struiken en bomen in de tropenhal aangeplant, die verderop staan beschreven bij de "Selectie van bijzondere flora in ons tropisch vogelparadijs". Natuurlijk zijn hier talloze vogels te zien, zoals toekans, neushoornvogels en touraco's. Verder zijn er reptielen en amfibieën zoals water- en landschildpadden te zien.

In het tropisch regenwoud leven vele plant- en diersoorten. Het regenwoud is zelfs het soortenrijkste ecosysteem ter wereld, en ook het oudste. Sommige Aziatische wouden zijn meer dan 100 miljoen jaar oud, en stammen daarmee uit de tijd van de dinosauriërs. De dichte begroeiing en de bijna constante bewolking zorgen ervoor dat de temperatuur niet zo extreem is als bijvoorbeeld in de woestijn: de bomen en wolken houden overdag de felle zon tegen en 's nachts zorgen ze ervoor dat de warmte van de dag niet ontsnapt. De dichte begroeiing zorgt bovendien voor beschutting, zodat kleinere prooidieren zich goed kunnen verstoppen voor de grotere roofdieren. Dit natuurlijke gedrag is genetisch geprogrammeerd en kan zelfs in de nagebootste, natuurgetrouwe Tropenhal bestudeerd worden.

Het tropische regenwoud beïnvloedt in grote mate het klimaat, óók in gematigde streken. Zonder de aanwezigheid van regenwouden zou het op aarde veel droger zijn. De grote hoeveelheden regenwater verdampen snel door het warme klimaat, en regenen vervolgens weer neer op het regenwoud. Soms herhaalt deze kringloop zich wel 5 tot 7 keer per dag. Daarnaast zorgt het woud zelf ook voor regen. In het Amazonegebied bijvoorbeeld wordt de helft van de regen die valt, geproduceerd door bomen in het regenwoud. Ook hier in de tropenhal van Mondo Verde staat om de zoveel tijd de regendouche aan om een natuurlijke situatie na te bootsen.

De tropische regenwouden met al hun diversiteit worden bedreigd door houtkap en andere menselijke activiteiten, hierdoor is het enorm belangrijk om hier welbewust mee om te gaan. Akkers die op tropische bosbodems worden aangelegd zijn zonder een goed (nutriënten) management na een paar jaar uitgeput, waardoor men ergens anders opnieuw regenwoud moet kappen om plaats te maken voor akkers. Zo zal er steeds meer kostbare grond verloren gaan.

De meeste tropische bodems zijn kwetsbaar, erosiegevoelig en hebben een beperkte draagkracht. In tegenstelling tot bossen in gematigde gebieden, is in het regenwoud de vruchtbare toplaag erg dun. Dit komt doordat de insecten, bacteriën en schimmels al het organische afval zeer snel omzetten in voedingsstoffen die direct weer door de bomen en planten worden opgenomen. Door deze efficiënte recycling in het regenwoud, bevinden de meeste voedingsstoffen zich niet in de grond, maar in de vegetatie en in de strooisellaag. Als de begroeiing wordt gekapt, spoelt de dunne humuslaag snel weg en blijven er onvruchtbare gedegradeerde bodems over.

Selectie van bijzondere flora in ons tropisch vogelparadijs

De palmvaren (Cycas revoluta) komt oorspronkelijk uit tropisch Azië, tegenwoordig kan hij wereldwijd in vorstvrije gebieden worden aangetroffen. In Mondo Verde zijn zowel een mannelijke als een vrouwelijke plant te zien. Het bijzondere vrouwelijke exemplaar hier kenmerkt zich door de schitterende bloei, waarbij haar bladeren majestueus omhoog staan. Dit is een fraai gezicht dat heel wat fotografen tot extase leidt. De voortplantingsorganen van deze palmen bestaan bij mannelijke planten uit een dikke, lange kegel in het hart van de bladbundel, in het midden van de stam. Een enkele mannelijke kegel kan miljoenen stuifmeelkorrels produceren, bestuiving gebeurt door de wind. Bij vrouwelijke planten zijn de kegels per scheut aangelegd aan de top van de stam, afgewisseld met bundels gewone bladeren. Bij de vrouwelijke kegels zijn de schubben van de kegel bladvormig, lichtbruin en in de onderste helft kunnen zich vijf tot zes zaden met een oranje zaadmantel ontwikkelen. De biotoop van de Cycas revoluta is subtropisch, hier krijgt de plant niet heel veel kou waardoor de plant niet hele lage temperaturen kan verdragen.

De treurvijg (Ficus benjamina) is een boom uit de moerbeifamilie. De plant heeft overhangende twijgen en glanzende, 6-13 cm lange, ovale bladeren met een toegespitste punt. In tropische omstandigheden vormt de treurvijg een erg grote en statige boom, maar kan ook worden aangeplant in parken en andere stedelijke omgevingen zoals langs brede wegen. Voor dit doel wordt de plant veel gecultiveerd. In het wild kan de boom 30 m hoog worden, in Mondo Verde is een heel bijzondere super bonsaiversie te zien van zo'n 2,5 tot 3 m hoog. Het is ook een populaire kamerplant in gematigde klimaten, vanwege zijn elegante groei en tolerantie voor moeilijke groeiomstandigheden. De plant gedijt het beste onder zonnige omstandigheden, maar kan ook in de schaduw gedijen.

De wandelpalm ontleent zijn naam aan de karakteristieke eigenschap dat deze geen gewone wortels maar luchtwortels heeft, die uit de stam naar beneden groeien. Doordat de wortels ontspringen en groeien in de richting van het licht en water, kan deze boom zomaar enkele centimeters per jaar "wandelen". Het vocht in de voet van de boom kan op eenvoudige wijze ontrokken worden, in de holtes die ontstaan in de voet hoopt zich namelijk water op dat gewoon gedronken kan worden. Inheemse stammen uit vroegere tijden maakten veel gebruik van deze natuurlijke bron. Ook wandelaars die nu onverhoopt in de tropen zonder water komen te zitten, gaan op zoek naar deze boom om te overleven.

Italië in Mondo Verde

Traditionele Italiaanse bouwkunst is in Italië praktisch overal terug te vinden, Mondo Verde heeft er voor gekozen om de bekende Italiaanse villa te bouwen. Het hoekige gebouw is streng symmetrisch. De voorgevel is in het midden naar achteren geplaatst en voorzien van een door zuilen gesteund balkon. Hierdoor is een beschutte entree ontstaan.

Andere Romeinse invloeden zijn in Mondo Verde te zien in talloze beelden als ook bij de nagebouwde Trevi-fonteinvanBernini. Dit is de grootste en bekendste fontein in Rome, met als thema de 2 gezichten van de zee. De naam Trevi komt van de woorden trevia (drie wegen). Vroeger kwamen er namelijk drie wegen uit op het plein van de fontein.

Een selectie van bijzondere flora in Italië

De flora van Italië is de rijkste van Europa. Ongeveer 75% van Italië is bergachtig of heuvelachtig en ruwweg 20% van het land is bebost. In het noorden van het land liggen de Alpen en de Dolomieten, en verder strekken de Apennijnen zich uit van Genua (Genova) in het noorden tot voorbij Napels (Napoli) in het zuiden. Traditioneel werd het aantal vaatplanten op zo'n 5500 soorten geschat. Echter per 2004 kent de Data bank of Italian vascular flora 6.759 soorten. Volgens de index samengesteld door het Italiaanse ministerie voor milieu aan het begin van dit millennium, zijn er 274 soorten vaatplanten beschermd. In Mondo Verde groeit de zuilvormige haagbeuk (Carpinus betulus fastigiata), deze is eenhuizig: de mannelijke en de vrouwelijke bloemen komen op één plant voor. De plant bloeit in april en mei, het stuifmeel wordt door de wind verspreid. De bladen staan verspreid aan de kale grijsachtige takken. De elliptische bladeren zijn veernervig en hebben een dubbelgezaagde rand, een hartvormige voet en een toegespitste top. Alle zijnerven van de eerste orde zijn tot aan de bladrand ongedeeld. Het omhulsel van de vrucht is drie-slippig, waarbij de middelste slip duidelijk langer is dan de beide andere. De vrucht bevat een groen tot bruin zaad. In het park zijn deze haagbeuken geplant als alternatief voor cipressen en worden ze met veel toewijding in hun kenmerkende vorm gesnoeid.

De Chinese blauwe regen (Wisteria sinensis) is een slingerplant met 25 cm lange bloemtrossen vol bloemen, die van mei tot juni naar beneden hangen. Oorspronkelijk komt de plant uit China (vandaar de aanduiding sinensis) en kan 8 tot 10 m hoog worden. De blauwe regen is enigszins verwant met de gouden regen: ze behoren tot dezelfde familie maar niet tot hetzelfde geslacht. Wisteria moet worden geleid omdat een volgroeide blauwe regen een behoorlijk gewicht heeft. In Mondo Verde is de plant daarom langs de stevige pergola geleid, waar ook heerlijke wijndruiven aan groeien.

De wijndruif moet grote, sappige vruchten en vooral een zoete smaak hebben om als fruit geteeld te worden. De trossen moeten al vroeg in hun ontwikkeling geselecteerd worden op basis van hun standplaats en hun omvang. Een van de belangrijkste bewerkingen om mooie, volle trossen te ontwikkelen, is het "krenten" van de druiven: alle overtollige druiven worden uit de tros weggeknipt met een speciaal schaartje. Dit krenten gebeurt voornamelijk in de maand juli en wordt ook de groene oogst genoemd. Van alle soorten druiven kunnen rozijnen gemaakt worden. Van de soort in Mondo Verde maakt men Rosé wijn.

Japan van Mondo Verde

Lichte bouwwerken zijn heel kenmerkend voor de originele Japanse bouwstijl, zo ook het theehuis dat in Mondo Verde in de Japanse tuin is gebouwd. Deze theehuizen spelen een grote rol in de Japanse cultuur, omdat hier de traditionele theeceremonies worden gehouden. Deze bouwsels werden opgetrokken uit natuurlijke materialen zoals natuursteen, hout, bamboe, klei en papier. Op het dak liggen kleipannen en rode dakleien. Een dergelijk theehuisje ligt ver in een tuin, zodat de gast bij het betreden van de tuin, op weg naar het theehuisje, in een andere wereld terecht komt. Door een lage opening moesten bezoekers gebukt (en vroeger ook zonder wapens) en meestal op de knieën het huisje binnengaan. Deze wijze van binnengaan bevorderde het gevoel van nederigheid. In het Japan van Mondo Verde gedijen de typische bomen en planten goed, omdat ze net als in het Verre Oosten op de hellingen hier op een licht beschutte plaats en beschermd staan.

De urbanisatie van Japan groeit gelijk op met de toenemende welvaart, ook hier heeft ontbossing zijn tol geëist waardoor de oorspronkelijke diversiteit aan plant- en diersoorten minder groot is. Naarmate de inwoners het beter krijgen, belet de stedelijke omgeving hen om dagelijks omringd te worden van de pracht en praal die de natuur hen eigenlijk normaal gesproken wel te bieden heeft. Daarmee groeit de behoefte om de natuur in huis te halen.

De toenemende levensstandaard heeft dus tot gevolg dat meer en meer mensen overgaan tot de aanschaf van huisdieren die van origine ergens anders vandaan komen. Met name bepaalde vogelsoorten zijn populair, omdat deze relatief eenvoudig te huisvesten zijn en bovendien door hun kleurenpracht en zangtalenten zorgen voor een welkome aanvulling in het dagelijkse leven.

Hoewel het misschien niet logisch lijkt dat dit juist in Europa gebeurt, worden hier al decennialang talloze papegaaisoorten gekweekt die grotendeels voor de export naar Azië bestemd zijn. Dit heeft te maken met de enorme kennis die in Europa opgebouwd is over het fokken en kweken van zowel inheemse als uitheemse diersoorten. Zo ook van papegaaien. Het voordeel van deze gecontroleerde fok is dat er minder wilde vogels uit hun thuisgebied gevangen hoeven te worden en de natuurlijke vogelstand minder onder druk komt te staan. Deze specifieke handel naar Japan wordt gesymboliseerd door het grote papegaaienverblijf in Mondo Verde, waar diverse soorten bij elkaar gehuisvest zijn.

Ook planten worden in toenemende mate verhuisd van hun oorspronkelijke plek naar een nieuwe bestemming, denk maar aan siertuinen die worden uitgerust met exotische begroeiing als de Japanse esdoorn (zie ook "Een selectie van bijzondere flora in Japan"). Voor de inwoners van Japan is dit een manier om handel te bedrijven met wat de natuur ze geeft, vooral in welvarende landen zijn er talloze Japanse tuinen aangelegd om je te laten wanen dat je aan de andere kant van de wereld bent. Andersom werkt dit trouwens net zo: de Japanners willen zelf ook graag een stukje buitenland naar zich toehalen om de indruk te wekken dat ze bijvoorbeeld in het Italië vertoeven, of waar dan ook.

Een selectie van bijzondere flora in Japan

De natuur op de eilanden van Japan bestaat uit steile bergen (waaronder de beroemde vulkaan Fuji), korte rivieren, beboste hellingen, onregelmatige, mooie meren en kleine, vruchtbare vlaktes. Ongeveer tweederde van het landoppervlak is bedekt met bossen, in de bergen wordt door middel van terrasbouw zoveel mogelijk land in gebruik genomen voor de landbouw.

De Japanse notenboom (Ginkgo biloba) wordt ook wel tempelboom genoemd. De plant wordt gezien als een levend fossiel vanwege het feit dat het de enige overgebleven soort is van zowel het geslacht Ginkgo als de familie Ginkgoaceae na de Hiroshima ramp vorige eeuw. Wereldwijd zijn er minder vrouwelijke exemplaren dan mannelijke, dit komt doordat de mens selectief mannelijke bomen aanplant: de (vrouwelijke) vruchten verspreiden namelijk een onaangename geur. Het verschil tussen beide geslachten is alleen te zien wanneer de boom in bloei staat. De boom groeit onregelmatig en wordt circa 40 meter hoog.

De Japanse esdoorn (Acer palmatum dissectum) heeft een grote sierwaarde. Vooral de herfstkleuren van de esdoornbladeren zijn bekend (denk aan de Canadese vlag), deze fraaie herfstkleuren zijn beperkt tot slechts enkele soorten. Omdat de esdoorn een snel groeiende boom is die ook na snoeien weer snel doorgroeit, is hij ook wel geschikt voor het vormen van hagen. Enig nadeel is dat hij 's winters kaal wordt. De vrucht is voorzien van een grote vleugel en wordt ook wel 'helikoptertje' genoemd. Er zitten twee vruchten aan één steeltje, zodat de vleugels tegenover elkaar staan en zo een goede verspreiding door de wind geven. Uit esdoorns (vooral de suikeresdoorn) wordt ook stroop gemaakt, verder is het hout zeer bruikbaar voor meubels en vloeren. Het hout van de esdoorn is dan ook veel gebruikt in traditionele Japanse huizen en gebouwen. Het soort esdoorn in Mondo Verde (Acer palmatum dissectum purpurea) is door zijn rode kleur heel bijzonder.

De bonsai is een heel bekende Japanse term dat letterlijk 'boom in pot' betekent. Het woord heeft betrekking op een door manipulatie klein gehouden plant die de illusie wekt een groot en oud exemplaar te zijn. Dit wordt in de praktijk bereikt door taksnoei, wortelsnoei, kweken in kleine potten en door stengels en stammen in de gewenste vorm te laten groeien. Zo kan een boom, die onder natuurlijke omstandigheden uitgroeit tot een tientallen meters hoog exemplaar, een sierlijke plant worden op kamerplantformaat.

Ook Mondo Verde heeft enkele bonsai, onder meer deze drie bijzondere exemplaren: De venijnboom (Taxus baccata) is een conifeer uit de taxusfamilie (Taxaceae) en wordt vaak met kortweg 'taxus' aangeduid. De venijnboom komt van nature voor in het zuidwesten van Azië, Europa en Noord-Afrika. Het exemplaar hier is de taxus baccata media hicksii.De kleinbladige iep (Ulmus geisha) heeft een grote sierwaarde, vooral bv. als accentplant in het openbaar groen en in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur. Deze plant wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem en verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw. Deze plant is in haar jonge jaren eenvoudig met allerlei vaste planten te combineren. Later alleen nog maar met 'bosrand' en 'bosplanten'.De hulst (Ilex crenata Convexa) bloeit met witte onopvallende bloemen gevolgd door kleine zwarte bessen. Deze hulst is wintergroen met opvallend kleine, bolstaande bladeren.

Loodkruid (Ceratostigma) is een klein geslacht uit de strandkruidfamilie. Ceratostigma willmottianum is vernoemd naar de Britse tuinvrouw Ellen Willmott. Zij vergaarde ruim 100 jaar geleden haar roem met buitengewone plantenkennis. Enorme uitgaven ten behoeve van het onderhoud van haar tuinen, het steunen van plantenexpedities en de illustraties in haar boeken, deden het enorme fortuin dat ze had opgebouwd, weer afnemen tot nul.

China in Mondo Verde

China heeft de meeste inwoners ter wereld, op dit moment staat de teller op 1.3 miljard personen. Het meest bekende stukje China is waarschijnlijk toch wel de Chinese Muur, dit bouwwerk is met een lengte van ruim 6000 km zo groot dat het zelfs vanaf de maan te zien zou zijn. Dit laatste schijnt echter ook weer niet helemaal waar te zijn, hoewel de muur wel vanaf het internationale ruimtestation ISS waargenomen is.

De muur is in Mondo Verde in China nagebootst, om bezoekers enerzijds de grootsheid van dit majestueuze bouwwerk te tonen en anderzijds om op unieke wijze te laten ervaren hoe ingrijpend een dergelijk menselijk bouwwerk is voor de omliggende natuur. Hoewel het natuurlijk niet mogelijk is om de hele muur te laten zien, is de muur in Mondo Verde toch heel waarheidsgetrouw. De hoekige lijn symboliseert hoe de echte muur om landschappelijke elementen heen is gebouwd. De aangebrachte overkapping is terug te leiden op de originele wachttorens.

Om genoeg huizen te bouwen voor alle inwoners van China en om voldoende bruikbare landbouwgrond te hebben om al die mensen te kunnen voeden, zijn in de afgelopen eeuwen heel veel bosrijke gebieden gekapt. Hierdoor blijft er steeds minder plaats over voor diverse diersoorten, zoals de reuzenpanda, om ongestoord te leven en zich voort te planten. De Chinese regering heeft gelukkig wel beschermende maatregelen genomen om de reuzenpanda te redden. Ook dierentuinen over de hele wereld ondernemen met uitgebalanceerde fokprogramma's pogingen om bedreigde diersoorten zoals de reuzenpanda te helpen voort te bestaan. Ze planten zich echter zowel in het wild als in dierentuinen maar zeer langzaam voort, er wordt geschat dat er nog circa 1400-1600 panda's in het wild bestaan. Wereldwijd zijn er, buiten China, slechts dertien dierentuinen met reuzenpanda's. De meeste reuzenpanda's die buiten China leven zijn eigendom van de Chinese overheid en worden voor ongeveer 10 jaar aan dierentuinen uitgeleend.

Voornamelijk de grotere diersoorten hebben dus door de almaar toenemende bevolking veel moeite te overleven in hun natuurlijke habitat en zijn in grote mate afhankelijk van de hulp van de mens. De reuzenpanda staat niet voor niets symbool voor het 's werelds bekendste goede doel, WWF (in Nederland WNF ofwel Wereld Natuur Fonds). Om het belang van deze organisatie te onderstrepen en om de betrokkenheid bij de bezoekers van Mondo Verde te vergroten, heeft het park het plan gevat om proactief inzamelings-initiatieven te ontplooien die ten goede komen van het Wereld Natuur Fonds.

Hierbij valt te denken aan wervingsacties en de verkoop van merchandise, waarvan een deel van de opbrengst voor WNF bedoeld is. Mondo Verde toont bovendien buitengewone aandacht voor diersoorten die in moeilijkheden verkeren door te participeren in fokprogramma's als het EEP, om zo de instandhouding van de soort te bespoedigen. EEP = European Endangered species Programme: EEP's zijn fokprogramma's voor bedreigde diersoorten met als doel dat de soort door middel van fokken behouden blijft in dierentuinen en eventueel terugzetten in de natuur.

Een selectie van bijzondere flora in China

De Kornoelje (Cornus) is een geslacht van dertig tot vijftig soorten struikachtige planten en bomen in de kornoeljefamilie (Cornaceae). Veel soorten hebben tegenoverstaande bladeren, maar bij enkele soorten staan ze afwisselend. De vrucht is een steenvrucht met een of twee zaadjes. De Cornus florida is een opvallende verschijning, zeker in bloei en in de herfst. Deze heester wordt ongeveer 2 tot 2.5 meter hoog en bloeit in de periode april-mei. In de nazomer gaan de blaadjes hangen waarbij de indruk zou kunnen ontstaan dan de plant ziek is. Het is echter slechts een aankondiging van de naderende herfst. In de herst krijgt deze kornoelje een fraaie diepe herfstkleur. Cornus satumi heeft rozerode schutbladeren, wordt ongeveer 3 meter hoog en bloeit ook in de periode mei-juni. Het bijzondere aan deze variant is dat het bloemetje liggend, dus in horizontale stand, groeit op de steel. De bloei kan wel 5 tot 6 weken duren. Na de bloei vormt deze Kornoelje purperrode vruchten, de herfstkleur is diep purperrood. Cornus satumi staat graag op een zonnige standplaats, waarbij de bodem goed waterdoorlatend moet zijn. Deze heester kan het beste aangeplant worden als solitairplant.

De fluweelboom (Rhus typhina) is een plant uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae). En wordt tot zo'n 4,5 m hoog. De Nederlandse naam azijnboom heeft de boom te danken aan de zure vruchten. De soort komt in rotsachtige, zanderige gebieden en op opengevallen plaatsen in het bos voor. De boom komt steeds meer in Nederland in het wild voor, vooral in de omgeving van de stad. Het exemplaar in Mondo Verde is een vrouwelijke boom, dit is te zien aan de bloemen die een 10-20 cm lange, dichte, donzige, kaarsachtige pluim of toorts vormen. De mannelijke bloemen vormen een ijlere pluim.

De Chinese toverhazelaar (Hamamelis mollis) is een sierstruik waarvan de bloemen geuren. De soort komt van nature voor in Centraal- en Oost-China. De struik kan ongeveer 3 m hoog worden, de kale twijgen zijn schuin opgaand. De ovale donkergroene bladeren zijn aan de bovenzijde licht en aan onderzijde dicht behaard met sterharen. De Chinese toverhazelaar bloeit van december tot in maart. Het exemplaar in Mondo Verde is heel bijzonder: normaal zijn deze toverhazelaars geel, hier staat een rood exemplaar te bewonderen.

De Bloem der Zeven Zonen (Heptacodium) is inheems in China en behoort tot de familie van de kamperfoelieachtigen (Caprifoliaceae). De kransen hebben vijf tot zes witte bloemen, na de bloei verkleuren de kelkbladen paarsrood. De struik produceert telkens weer nieuwe, witte bloemen, zodat er op een gegeven moment zowel witte bloemen als paarsrode kelkbladen aan een en dezelfde struik te zien zijn. Het is een spectaculair gezicht en dat maakt de struik zo bijzonder. De Bloem der Zeven Zonen bloeit vanaf augustus tot ver in oktober, een periode waarin weinig struiken nog bloeien. Na de bloei kunnen er zaden worden gevormd, dit is sterk afhankelijk van de temperatuur in het najaar. De struik wordt uiteindelijk tot 3.5 m hoog en is een langzame groeier. Twijgen zijn lichtbruin en licht behaard, het hout kleurt mooi licht in de winter. Oud hout heeft een afschilferende bast. Het is eigenlijk een grote struik maar met een beetje moeite is er ook een mooi zeer sierlijk boompje van te kweken.

Australië in Mondo Verde

Een groot deel van de Australische fauna is uniek in de wereld, denk maar eens aan buideldieren. In de zogenaamde Scrublands leven onder meer de bekende kangoeroes. De kleinere wallabies, zoals te zien in Mondo Verde, vinden hier hun oorsprong. Het klimaat in Nederland verschilt niet veel met hun oorspronkelijke habitat, de kleine kangoeroes kunnen het hier daarom heel goed uithouden.

Australië herbergt ongeveer 800 vogelsoorten, van grote zoals de emoe tot talloze kleinere soorten. Een selectie van deze vogelsoorten heeft Mondo Verde ondergebracht in de grote vogelvoliére. Ondanks dat deze vogels van origine gewend zijn aan zachtere klimatologische omstandigheden, komt het Nederlandse klimaat dusdanig overeen dat de vogels hier zonder problemen kunnen leven.

Het Groot Barriérerif is met 2000 km het grootste koraalrif ter wereld en huisvest een enorme variatie aan vissoorten. Door vervuiling in het zeewater en jarenlange toeristische belasting, is het rif meer en meer uitgeput geraakt en dreig(d)en vele vissoorten het onderspit te delven. In 1981 is het rif geplaatst op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Australië wordt geregeld geteisterd door bosbranden. Hoewel het gevaarlijk is voor de bewoonde wereld, zijn de bosbranden een noodzakelijk onderdeel voor de vernieuwing van de bossen: de zaaddozen van de Eucalyptus hebben namelijk grote hitte nodig om open te springen. De geblakerde moederboom loopt meestal weer uit. Zo houdt de natuur zich met deze vorm van zelfverwoesting zelf in stand.

In de dorre en hete binnenlanden komen veel plant- en diersoorten voor, die zich alleen hier geëvolueerd hebben. Zoals hierboven vermeld zijn er talloze variëteiten die enkel en alleen in Australië voorkomen, dit heeft natuurlijk te maken met het feit dat dit continent al heel lang geïsoleerd ligt en rondom omringd wordt door water. Hierdoor hebben landdieren nooit meer kans gehad om de sprong naar het vaste land te maken en zijn ze (noodgedwongen) verder ontwikkeld op dit continent.

Een selectie van bijzondere flora in Australië

Eucalyptus en Acacia vormen waarschijnlijk de bekendste flora in Australië. Alleen al ruim 660 soorten Eucalyptus groeien enkel en alleen op dit continent. Dit is trouwens ook het enige voedsel waar de koalabeer van leeft.

Vele cactussoorten komen voor in de schroeiend hete binnenlanden. In Australië hebben schijfcactussen (Opuntia) een ecologische ramp veroorzaakt, toen de schijfcactus begin 20e eeuw werd meegenomen naar Australië als mogelijk veevoer. Echter er groeide heel snel anderhalf miljoen hectare land vol met schijfcactussen, hierdoor bleef er bijna geen landbouwgrond meer over om de bevolking te voorzien van voldoende voedsel.

De excentrieke cactus(soort)en van Mondo Verde zijn vooral goed te bewonderen in de periode van mei tot oktober, in de winter worden ze in een beschermde omgeving geplaatst. Pas als het weer warm genoeg is worden ze uit de kassen gehaald.

Europa in Mondo Verde

De grootste Europese voliére van Europa

De uitzonderlijke grote buitenvoliére in Mondo Verde heeft veel aantrekkingskracht op vogelliefhebbers, vooral door het uitgebreide bestand vogels. De vogels leven in deze voliére in hun natuurlijke leefomgeving, deze is gecreëerd door beekjes en strandjes aan te brengen waar kluten en kieviten uitstekend gedijen en tot voortplanting komen. Op het einde van de beekjes, waar kraakhelder water doorheen stroomt, vormen zich vijvers waar diverse Europese eenden bij wonen. Zoals bergeenden, IJslandse brilduikers, pijlstaarteenden en eidereenden. De vinken, lijsters en mussen hebben een stabiele populatie die zichzelf in stand houdt. Dit is uniek in gevangenschap, omdat je in kleinere groepen vogels snel inteelt zou krijgen.

De vale gier is de meest indrukwekkende verschijning onder de vogels, met zijn spanwijdte van zo'n 2 m is dit een heel imposante soort. Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30-2,65 m, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 6 tot meer dan 10 kilo. Anders dan bij arenden lijkt de kop klein, deze wordt in vlucht naar beneden gekromd. De vale gier is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn wit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen (de 'dragende' veren op de vleugels waar mee gevlogen wordt) en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort. De vale gier komt voor in Zuidwest Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen in onder andere de Pyreneeën en Alpen voor, en wel in Spanje, Portugal en Frankrijk, Oostenrijk.

De oehoe is een van de grootste uilensoorten ter wereld. Oehoes leven in bossen en op vlakten, ze zijn erg plaatstrouw. De oehoe komt voor in Noorwegen, Finland en vrijwel het gehele Europese continent van het uiterste oosten van Rusland tot aan Gibraltar. In Nederland leven oehoes in Limburg en Gelderland. Er zijn veel verschillen in lichaams-grootte tussen de beide seksen, vrouwtjes zijn bijvoorbeeld forser en breder in de schouders. Vrouwtjes vallen al rustend op een uitkijkpost vrijwel direct op door hun ietwat afhangende verenkleed, dat 'te groot' lijkt. Mannetjes maken over het algemeen een 'atletische' indruk met vleugels die strak op het lijf gedragen worden. De oehoe is door zijn grootte, zijn massieve lichaam en dikke kop met geen andere uilensoort in Europa te verwarren. Kenmerkend aan het gezicht van de oehoe zijn de grote ogen en de vaak lange oorpluimen. De oehoe is als opportunistisch jager net zo verrassend voor zijn onderzoekers als voor zijn prooien. De oehoe overvalt kraaiachtigen, roofvogels en uilen op hun slaapplaatsen, na hen eerst enige tijd gade te hebben geslagen vanaf een gedekte uitkijkplaats. De oehoe kan urenlang muisstil op een uitkijkplaats blijven zitten 'roesten' tot er een grote prooi langs komt kruipen. In een duikvlucht vat de uil de prooi dan meestal in het nekvel om het op de plukplaats te ontdoen van veren en huid. De maximale leeftijd is 70 jaar. De Oehoe`s in Mondo Verde zijn geschonken door het min LNV , het zijn dieren die door de overheid zijn in beslaggenomen bij particulieren

Oostenrijk in Mondo Verde

De Alpen strekken zich over een groot deel van Oostenrijk uit: driekwart van het land behoort tot dit berggebied. Oostenrijk staat niet alleen bekend om hoge bergen, maar ook om uitgestrekte Alpenweides vol sappig gras en talloze bloemsoorten. De typische Alpendierenwereld leeft boven de boomgrens (1725 - 2400 m). De lucht is hier ijl, de temperatuur laag, de vochtigheid tamelijk hoog. Boven de sneeuwgrens leven zelfs nog ongeveer 400 soorten, tal van geleedpotige dieren, enkele slakken en platwormen; 27 soorten hiervan komen zelfs alleen in dit gebied voor. Vele Alpenbewoners zijn donkerder van kleur dan hun soortgenoten uit lagere streken. Dit komt doordat ze koudbloedig zijn en de koelere omgeving compenseren door een donkere kleur, waardoor efficiënter zonnewarmte wordt opgenomen. De Alpenvogels zijn zowel stand- als trekvogels.

Een selectie van bijzondere flora in Oostenrijk

Winterjasmijn (Jasminum Nudiflorum) is een van de vroegstbloeiende heesters. Hij bloeit met heldergele bloemen van december tot februari, op dan nog bladloze donkergroene vierkante stelen van tweejarig hout. De plant is afkomstig uit China en groeit daar op rotsachtige bodem op een hoogte tussen de 800 en 4500 meter. De plant is zeer geschikt om als leiplant tegen een muur te laten groeien. De kans op verwildering wanneer hij vrij staat is tamelijk groot, omdat doorbuigende twijgen die de grond raken gemakkelijk wortelen.

De laagblijvende sierheester (Abelia floribunda) is matig winterhard en bloeit in een felroze kleur vanaf juni tot en met augustus. In Nederland bereikt deze breed uitgroeiende een hoogte van ongeveer 125 tot 150 cm. De bloemen van de Abelia zijn niet alleen erg mooi, ze ruiken ook nog eens erg lekker. Dit is ongetwijfeld de reden dat de plant vaak in bloembakken op het terras aangeplant wordt.

De stokroos (Altea rosea) komt oorspronkelijk uit Turkije of Palestina en is in de 16e eeuw naar Europa geïmporteerd. De plant doet het goed in een landelijke en stedelijke omgeving en bestaat in zeer veel verschillende kleurvarianten. Als de stokroos in de lente gezaaid wordt, vormt de plant alleen blad en zal deze pas het volgende jaar bloeien. Zaait men de stokroos aan het einde van de zomer (augustus/september) dan kan de plant het jaar daarop in bloei staan.

Rusland / Siberië in Mondo Verde

De Siberische steur is een heel goed voorbeeld van zo'n prehistorisch dier. Hun oorsprong ligt in de Siberische wateren, ze zijn in de loop van de tijd geëvolueerd tot zout- en zoetwatervis. Tegenwoordig is de Siberische steur evenals andere uitheemse steuren in Nederland en andere landen geïntroduceerd. In Nederland komt de steur vooral voor in rivieren en voedt hij zich met allerhande bodemdiertjes als insectenlarven en wormen. De meeste steuren zijn trekvissen, ze paaien bovenstrooms. Weinig steuren wagen zich in open zee nabij de kust. De meeste soorten worden gekwalificeerd als kwetsbaar, bedreigd of kritisch bedreigd. Enkele steursoorten worden gevangen voor hun kuit, waaruit kaviaar wordt gemaakt. Doordat juist de geslachtsrijpe vrouwtjes van "kaviaarsteuren" worden gevangen voordat ze voor nageslacht hebben gezorgd, zijn deze soorten erg kwetsbaar voor overbevissing. Ook zijn steuren gevoelig voor milieuverontreiniging, waardoor het heel belangrijk is te zorgen voor kwalitatief goed water. In hun oorspronkelijke leefgebied hadden de steuren heel zuiver water, doordat er vele bergriviertjes en watervallen uitmondden.

Siberië heeft heel kenmerkende natuurlijke omstandigheden, met name de uithoeken staan bekend om de extreme winters. De laagste temperaturen van het noordelijk halfrond worden daar gemeten, die gaan tot -70°C. Tijdens de zomer kan de temperatuur oplopen tot meer dan 30°C. Het verschil tussen de laagste en hoogste temperatuur ooit gemeten bedraagt dus meer dan 100°C, dit is een wereldrecord. Het grootste deel van Siberië bestaat uit taiga, daarboven ligt de gordel van bostoendra. Het noordelijkste deel van Siberië bestaat uit extreem koude toendra, waarvan de ondergrond permanent bevroren is. Dit heet permafrost. Rusland bestaat dus ten dele uit uitgestrekte toendra's (letterlijk "boomloze steppes") aan de rand van het poolgebied. Al miljoenen jaren hebben velerlei plant- en diersoorten zich juist in deze gebieden geëvolueerd tot de huidige varianten.

Rusland deelt zijn grenzen met 14 andere landen, verder is het door een smalle zeestraat gescheiden van de Verenigde Staten (Alaska) en Japan. Door de grootte van het land, zijn er verschillende natuurlijke omgevingen te vinden. Met zijn oppervlakte van ruim 17 miljoen km² is Rusland het grootste land ter wereld. Geografisch gezien beslaat Siberië binnen Rusland een oppervlakte van 10 miljoen km², dit is zo'n 60% van het totaal. Het Aziatische deel van Siberië beslaat zo'n 23% van geheel Azië.

Een selectie van bijzondere flora in Rusland

De berk (Betula) is een boomsoort waar de Russische bossen vol mee staan. Berken zijn pioniersplanten. Dit hout is wit tot licht gekleurd, er is geen verschil tussen spint en kern. Het hout is vrij gemakkelijk te bewerken, maar in het geheel niet duurzaam. Behalve voor triplex wordt het ook gebruikt voor allerlei toepassingen in kleine objecten, ook voor huishoudelijk gebruik. De mannelijke bloeiwijze van berken heeft gele, hangende rupsvormige katjes, die al voor de winter aanwezig zijn. De vrouwelijke bloeiwijzen zijn met knopschubben omgeven. De vrucht is een klein dubbelgevleugeld nootje. Berken hebben een zeer sterke (drinkbare) sapstroming, het vocht zou zelfs als haargroeimiddel dienen.

Engeland in Mondo Verde

De florale focus in dit land ligt met name op bijzondere bomen en typische zomerbloeiers. De Engelse stijl heeft twee gezichten: enerzijds de statige formele tuinen die vele landhuizen sieren, anderzijds de wilde stijl van de typische Engelse tuin die de gewone man achter zijn cottage aanplantte. Beide stijlen zijn vertegenwoordigd in Mondo Verde, waardoor bezoekers zich een goed beeld kunnen vormen van deze 2 types Engelse tuin. In Engeland heeft Mondo Verde ook glooiende heuvels en karakteristieke waterpartijen aangelegd, waar bezoekers over stenen bruggetjes worden geleid naar de verschillende delen van de tuinen.

Een selectie van bijzondere bomen in Engeland

De Paulownaboom (Paulownia tomentosa) is genoemd naar de dochter van tsaar Paul I, Anna Paulowna Romanov (1795 - 1865). Zij trouwde in 1816 met koning Willem II (1792 - 1849) en had oog voor bijzondere, extravagante bomen en heesters. Haar voorkeuren moesten waar mogelijk een plaatsje in de tuinen van paleizen krijgen, de paarsblauwe trompetvormige geurende bloemen van de Paulownaboom hebben ook wel wat koninklijks. Het is een snelgroeiende boom en zeker een boom die thuishoort in een middelgrote tuin en in een parkachtige aanleg. Buiten de opvallende bloemen trekt ook het grote blad alle aandacht, deze verschijnen pas aan het einde van de bloei. De bloemen, die in mei verschijnen, zijn dus goed zichtbaar.

De Taxus is een geslacht van coniferen. Het zijn vrij traag groeiende bomen of struiken die zeer lang kunnen leven. De hoogte kan variëren van 1 tot 40 m en de boomstammen kunnen een doorsnede tot maar liefst 4 m bereiken. Elke kegel bevat één enkel zaad , lijsters en andere vogels verspreiden de harde zaden onbeschadigd via hun uitwerpselen. De rijping van de "besjes" wordt uitgespreid over twee tot drie maanden, om de kans op succesvolle verspreiding van de zaden te verhogen. Alle soorten taxus bevatten het hoogst giftige taxine, alle delen van de boom behalve de "bessen" bevatten deze giftige substantie. De besjes zijn eetbaar en zoet, maar het zaad is erg giftig. In tegenstelling tot vogels kan de menselijke maag de zaadhuid afbreken en taxine vrijgeven in het lichaam. Dit kan fatale resultaten hebben als de zaadmantels zonder de zaden eerst te verwijderen worden gegeten. De grazende dieren, in het bijzonder vee en paarden, worden ook soms dood gevonden dichtbij taxus na het eten van de bladeren.

De Chinese vernisboom (Koelreuteria sinensis), deel van de zeepboomfamilie (Sapindaceae), kan tot 17 m hoog worden maar wordt meestal niet hoger dan 7 m. Deze boom kenmerkt zich door een ronde, open kroon en bladeren met een diep gekartelde bladrand. De jonge bladeren zijn roodgroen en worden later groen. De herfstkleur van het blad is geel. De Chinese vernisboom bloeit in augustus en september met gele bloemen, die in een 20-40 cm lange pluim staan. De opgeblazen vrucht heeft een bladachtig uiterlijk , de groene kleur verandert in de herfst bij het rijp worden in oranje tot roze. De donkerbruine tot zwarte zaden zijn 5-8 mm groot en kunnen geroosterd gegeten worden.

In Mondo Verde staan zogenaamde leilindes (Tilia), de 3 bolvormige exemplaren bij de vijver worden minutieus in hun kenmerkende spiraalvorm gesnoeid. Dit vergt veel expertise en is ook tijdsintensief. Daarnaast zijn er ruim 10 exemplaren die in een driehoeksvorm worden gesnoeid, waarmee de bomen hun kaarsrechte, strakke lijnen kunnen laten zien. De linde (Tilia) is een geslacht van bomen uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Er worden ongeveer 25 soorten binnen dit geslacht onderscheiden, de diverse soorten kennen daarnaast diverse variëteiten. De linde geldt als een van de grootste loofbomen en heeft zijn biotoop met name in beekdalen. De linde kan zeer oud worden en kan afhankelijk van de variëteit 15 tot 30 meter hoog worden. In juni bloeit de linde rijkelijk en wordt door bijen en hommels bestoven. Door voedselconcurrentie kunnen onder laatbloeiende lindebomen, vooral onder alleenstaande bomen, veel dode hommels liggen. Doordat er meer energie bij het rondvliegen verbruikt wordt dan er in de vorm van nectar verzameld kan worden, verhongeren de hommels.

De beuk (Fagus sylvatica) is een plant uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae) en kan tot 46 m hoog worden. De soortaanduiding sylvatica is afgeleid van het Latijnse 'silva', wat 'bos' betekent. Beuken worden vaak in lanen geplant, met hun lange takken vormen ze dan een soort overkapping over de weg. De meer dan 100 jaar oude beuken in Mondo Verde laten hun takken als armen over het water en wandelpaden hangen, dit is een schitterend gezicht dat er voor zorgt dat bezoekers zich wanen in een spannend oerbos. De stam is glad en grijs en is vrij dun, waardoor de boom bij plotse blootstelling aan zonlicht gevoelig is voor schorsbrand. Het blad is veernervig, licht gegolfd en licht glanzend. Bij beukenbossen valt op dat er weinig tot geen ondergroei is, door het dichte bladerdak bereikt maar zeer weinig zonlicht de bodem, terwijl het looizuurrijke blad kruidachtige begroeiing tegengaat. De beuk is eenhuizig omdat er zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom ontstaan. De beukennootjes worden omsloten door een napje, dat gevormd wordt uit de vruchtbladen en de schutbladen. In elk napje zitten twee nootjes, als de nootjes rijp zijn opent het napje in vier delen en vallen de beukennootjes op de grond. De beukennootjes worden onder andere verspreid door eekhoorns, die ze als wintervoorraad gebruiken. De beuk gedijt goed op vochthoudende, goed doorlatende, kalkrijke, leemhoudende bodem. De boom leeft in symbiose met een schimmel (mycorrhiza).

De vaantjesboom (Davidia involucrata) is een loofboom die bekend is om zijn bloeiwijze, waarbij de twee grote schutbladen aan vaantjes doen denken. De boom verspreidt een onaangename geur. De Franse jezuïet Pére David ontdekte de boom in China en beschreef deze in 1869. Het geslacht Davidia is naar hem vernoemd. In 1899 stuurde de Engelse Veitch's kwekerij hun medewerker Ernest Wilson naar China om zaden van de boom te verzamelen. De boom bleek echter gekapt en hij verzamelde vruchten van andere bomen, die later de Davidia involucrata bleken te zijn.

Een selectie van bijzondere bloemen en planten in Engeland

Rudbeckia sullivantii goldsturm is waarschijnlijk de bekendste tuinplant. Het is een plant die vooral in de volle zon op z'n plaats is, maar ook goed bloeit in de halfschaduw. De bloei duurt bijna drie maanden en ook in de winterperiode mogen de uitgebloeide stengels met hun donkere bloemhoofdjes worden gezien. In de winter blijft het blad vaak aan de plant en nog mooi groen ook. Aan de voet van de plant zitten altijd nieuwe bladeren voor een nieuw groei- en bloeiseizoen. Rudbeckia is populair omdat het een van de sterkste vaste planten is en bovendien een uitstekende snijbloem. Het is een compact groeiende vaste plant, die bijna in blokvorm groeit.

Pampasgras (Cortaderia) zijn planten van grasvlaktes (pampa's) en bergen. In onze tuinen staan vooral de vrouwelijke exemplaren, de vrouwelijke pluimen zijn wat groter en meer pluizig, dit is over het algemeen fraaier dan de vuilwitte pluimen van de mannelijke planten. De randen van de grashalmen zijn vlijmscherp: cortador is Spaans voor snijder. De planten zijn goed bestand tegen vorst en wind (zelfs zeewind) en kunnen groeien op vrijwel elke grondsoort. Van oorsprong is het gras niet gewend aan veel vocht in de winter. Met zijn statige voorkomen gedurende een groot deel van het jaar is het een uitstekende solitair.

Ligularia (Senecio clivorum) is familie van de Asteraceae. Het is een opvallende plant, die ook als solitair te gebruiken is en kenmerkt zich door de grote bladeren en dito koppen. De bloemkleur is oranjegeel en de bloeitijd is van ca. juli tot en met augustus. Deze plant is zeer geschikt voor de watertuin in bijvoorbeeld de overgang van water naar land. Ligularia verlangt een zonnige tot licht beschaduwde plek, die vochthoudend tot vochtig mag zijn. Deze plant is in sommige situaties ook bruikbaar als 'borderplant'.

Afrika in Mondo Verde

De keuze van de diersoorten is weloverwogen: bezoekers zien soorten die het moeilijk hebben in de natuur als gevolg van menselijk handelen.

De witte leeuwen bijvoorbeeld zijn niet alleen door hun opvallende uiterlijk in het nadeel bij de jacht, ook zijn ze in het verleden erg aantrekkelijk gebleken voor jagers vanwege hun vacht. De laatste in het wild levende exemplaren zijn vermoedelijk in 1970 gevangen. Sindsdien is er met witte leeuwen gecontroleerd gefokt in zoos om deze prachtige dieren voor volgende generaties te behouden. Wereldwijd zetten parken en natuurreservaten zich in om deze soort in stand te houden.

De witte leeuw is geen albino vorm van de bekende Afrikaanse Leeuw. Een albino zou rode ogen hebben. Deze dieren missen een gen waardoor de witachtige kleur ontstaat. De leeuw is het grootste deel van de dag niet actief. Soms ligt hij tot twintig uur per dag te rusten in de schaduw, en is hij enkel actief om te jagen. De leeuw voedt zich voornamelijk met prooidieren tussen de 50 en 300 kg, maar als deze niet in de buurt zijn gaat hij af op kleinere en grotere dieren, tussen de vijftien en duizend kilo. Een leeuw wordt in het wild ongeveer 10 tot 14 jaar oud, in gevangenschap kan een leeuw zelfs ouder dan 20 jaar worden. Onze eigen witte leeuwen Kenia en Kato zijn geboren in 2009.

Ook het tonen van ringstaartmaki's draagt bij aan het bewustwordingsproces dat Mondo Verde hoopt te bewerkstelligen bij bezoekers, omdat dit dier helaas als een van vele diersoorten met uitsterven wordt bedreigd. Mondo Verde steunt internationale initiatieven om bedreigde diersoorten te helpen in hun voortbestaan en de instandhouding van soorten in de hand te werken.

Daarom participeert Mondo Verde in het EEP: European Endangered species Programme. EEP's zijn fokprogramma's voor bedreigde diersoorten met als doel dat dierentuinen hun dieren niet meer uit het wild hoeven te halen, zeker niet als het bedreigde diersoorten zijn. Het overgrote deel van de zoogdieren is thans in de dierentuin geboren. Naast het kunnen laten zien van dieren in een dierentuin, is één van de uitgangspunten van de EEP's ook het terugplaatsen van bedreigde diersoorten in de natuur.

De Mondoverdiaanse Woestijn

De Berbers zijn het oudst bekende volk dat Noord-Afrika en de Sahara heeft bewoond. De term Berber heeft zijn oorsprong in de late Oudheid, toen het voor het eerst gebruikt werd om de Noord-Afrikaanse stammen aan te duiden die buiten de Romeinse invloedssfeer leefden. Tegenwoordig zijn Berbers voornamelijk te vinden in Marokko, Algerije Tunesië en Libië. Meer dan de helft van de Noord-Afrikanen stammen af van Berberse voorvaderen.

De Numidiërs worden op hun beurt weer beschouwd als voorouders van de Berbers. Numidië was in de oudheid ongeveer het gebied dat tegenwoordig het noorden van Algerije en een deel van Tunesië is.

De eerder genoemde Sahara in het noorden van Afrika is de grootste zandwoestijn en een van de bekendste woestijnen wereldwijd. De Sahara bestond voor het ontstaan voor het overgrote deel uit savanne en er leefden dan ook veel plantensoorten. In deze perioden konden mensen zich goed handhaven in deze gebieden als verzamelaar en jager. Tot een miljoen jaar terug waren er nog planten terug te vinden die we tegenwoordig alleen in natte, vochtige gebieden aantreffen of zelfs in de tropen. Zo'n 6000 tot 4000 jaar geleden trad in de Sahara en Arabië een abrupte verwoestijning op.

Mondo Verde legt de link tussen alle geschiedkundige verbondenheid van de diverse stammen en enkele typische uiterlijke landschapskenmerken: aan de ene kant het Berberhuisje en het Marokkaanse paviljoen als symbool voor de volkeren en het type bouwwerken, aan de andere kant met dieren zoals Numische geiten, kamelen en leeuwen die in een omgeving worden getoond die sterk overeenkomt met de natuurlijke elementen van hun habitat. Zo wonen de kamelen ook bij ons gewoon in de woestijn (Sahara) en zal met de aanleg van de savanne onder meer voor de witte leeuwen een expansie van het Afrikaanse continent binnen Mondo Verde plaatsvinden. De aanleg van een apart eiland met ringstaartmaki's, draagt hier ook aan bij. Met de nieuwe verblijven en extra diersoorten ontstaat Afrika als compleet continent binnen het thema van de wereldtuinen.

De kameel is een hoefdier uit de onderorde der eeltpotigen. Kamelen kunnen wekenlang zonder te drinken in leven blijven. Ze verliezen erg weinig water, onder andere doordat ze pas gaan zweten op het moment dat hun lichaamstemperatuur boven de 40 °C komt. De nieren zijn in staat om veel water uit de voorurine in het bloed terug te nemen. Ook kunnen ze grote uitdroging moeiteloos doorstaan. Als een kameel drinkt, drinkt hij bijzonder veel, meer dan 100 liter achter elkaar, tot 60 liter per minuut. In de bulten wordt vet opgeslagen, dat dient als energiereserve bij voedselgebrek. Als de bulten niet worden aangesproken, staan ze rechtop. Bij voedselschaarste, wanneer de kameel teert op het vet in de bult, gaan de bulten naar een kant hangen. De dikke vacht beschermt de dieren zowel tegen extreme hitte als extreme kou. De kamelen op Mondo Verde zijn geboren in 2010 in Ouwehand Dierenpark te Rhenen.

De Anglo-Nubische geit is een geitenras, dat in Engeland is ontstaan door een aantal verschillende maar voornamelijk Oosterse rassen met elkaar te kruisen. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden er op Engelse stoomboten melkgeiten uit Egypte en andere delen van Afrika meegenomen. In Engeland werden deze hangoorgeiten gekruist met Engelse landgeiten. Rond de eeuwwisseling hebben de Engelsen drie oosterse bokken geïmporteerd, die belangrijk waren voor de verdere ontwikkeling van het ras. Deze bokken zijn de stamvaders van het Anglo-Nubische ras, welke in 1910 officieel is erkend door de British Goat Society. Nubische geiten vallen niet alleen op door hun markante uiterlijk en statige houding, maar ook door hun zachte en aanhankelijke karakter. Ze worden steeds vaker op kinderboerderijen gehouden. De Nubische geiten van Mondo Verde leven hier al jaren. Geregeld wordt de bok vervangen zodat we eigen geiten kunnen behouden op Mondo Verde.

Een selectie van bijzondere flora in de woestijn

Bij woestijn wordt vaak gedacht aan uitgestrekte zandduinen waar het zo heet is dat er nauwelijks enige vorm van begroeiing mogelijk is. Toch klopt dit niet helemaal, ook in de woestijn komen diverse planten en bomen voor. Dit beperkt zich veelal wel tot de oase's, waar op vochtige ondergronden diverse spectaculaire soorten groeien. Voorwaarde is wel dat de soorten sterk genoeg zijn om zowel met extreem hoge als met extreem lage temperaturen om kan gaan: het kan immers ook vriezen in de woestijn…

Trachycarpus is de botanische naam van een geslacht van palmen. De planten zijn tweehuizig: er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. Heel zelden zijn de planten eenhuizig. De meest bekende soort is de waaierpalm (Trachycarpus fortunei): het zijn niet-invasieve planten, die zich uitsluitend kunnen vermeerderen door zaadvorming. De zaden zijn niervormig en blauwgrijs van kleur. Deze soort kan temperatuurschommelingen tot -17°C weerstaan. Dit is ook wel nodig, omdat de temperatuur zoals hierboven beschreven in de woestijn 's nachts tot ver onder het vriespunt terugloopt. Deze palm heeft rondom de stam rafelige vezels: een natuurlijke bescherming tegen een lage temperatuur. Het is verder een oppervlakkig wortelende palm, die prima gedijt in de volle zon. De waaier wordt tot 1,5 m breed.

De grote lisdodde (Typha latifolia) is een tot ruim 2 m hoge plant die leeft op voedselrijke oevers. De lisdodde kenmerkt zich door lange, grote bladeren en een karakteristieke bruine 'sigaar' aan het uiteinde van zijn stengels. De plant bloeit in juni en juli met de mannelijke aar meestal direct boven de vrouwelijke lichtbruine aar, waaraan de bloemen zitten. Bij rijpheid zijn de vrouwelijke aren zwartachtig bruin; de sigaren. Bij de kleine lisdodde (Typha angustifolia) zijn de rijpe sigaren geelachtig tot groenachtig van kleur. De grote lisdodde is een zeer algemene plant en komt voor aan waterkanten in zeer voedselrijke omstandigheden. De plant komt niet voor aan grote open wateren en kan zich onder gunstige omstandigheden vrij snel door middel van wortelstokken verspreiden.De lisdodde staat bekend als een beschermde plantensoort, maar staat niet op de rode lijst.

De gele toorts (Verbascum) is een geslacht uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae), dit geslacht telt circa 250 soorten. De gele bloemen hebben rood-paars behaarde meeldraden, de bloeitijd loopt van april tot juli. De plant is meestal sterk vertakt, de zachte bladeren worden tot 40 cm lang. De soort groeit op rotsige plaatsen, langs zandige kuststroken, langs wegen, droge velden en in tuinen.

Marokko in Mondo Verde

Veel Spaanse (en andere Zuid-Europese) cultuurelementen zijn beïnvloed door stammen afkomstig uit Noord-Afrika. In Mondo Verde is er voor gekozen om de wederzijdse Europees-Afrikaanse invloeden te tonen door het Marokkaans paviljoen. Dit prachtig staaltje bouwkunst symboliseert de link van het Afrikaanse continent met Europa.

De blauwe tuin van Majorelle is een botanische tuin in Marrakesh. De tuin is ontworpen door de Franse kunstenaar Jacques Majorelle in 1924, toen Marokko werd overheerst door Frankrijk. De kobaltblauwe kleur waarin vele onderdelen van de tuin en het atelier zijn geverfd is later naar Majorelle vernoemd. Vanaf 1980 was de Majorelletuin eigendom van de in 2008 overleden Franse modeontwerper Yves Saint Laurent.

Een selectie van bijzondere flora in Marokko

Duivelswandelstok (Aralia Elata) is een van ongeveer veertig soorten uit de klimopfamilie (Araliaceae). Aralia hebben grote dubbelgeveerde bladeren die soms bedekt zijn met borstelharen. De bloemen zijn wit of groenachtig en staan in eindstandige pluimen. De bolvormige, donkere vruchten zijn populair bij sommige vogels. Aralia-soorten worden als waardplant gebruikt door de larven van sommige vlindersoorten

De palmlelie (Yucca) is een geslacht succulente, meerjarige planten. Het geslacht bestaat uit een 40-tal soorten: het formaat wisselt van kleine struiken tot bomen. De soorten komen allen van nature voor in warme en droge gebieden. De planten hebben in het algemeen dikke, leerachtige bladeren eindigend in een scherpe punt, de bloemen zijn meestal wit.

De levensboom (Thuja occidentalis) is een geslacht van vijf soorten groenblijvende coniferen uit de cipresfamilie (Cupressaceae). Behalve jonge blaadjes, die naaldachtig zijn, zijn de bladeren schaalvormig. De bladeren worden soms gegeten door larven van motten. Het hout van levensbomen is aromatisch en wordt gebruikt voor vele doeleinden. De naam levensboom danken de bomen aan het groenblijvende gebladerte en het veelvuldige traditionele geneeskrachtige gebruik van deze bomen. Het hout is bovendien goed bestand tegen rotting. De levensbomen zijn uitstekend te gebruiken voor een grote, kleine of hoge heg op zeer verschillende plaatsen. Als de coniferen goed en regelmatig geknipt worden, vormt zich in relatief korte tijd een dichte en altijd groene heg.

In Mondo Verde staat de variant Thuja occidentalis brabant, onze levensbomen worden 1 tot 2 keer per jaar gesnoeid. Iedere 7 tot 8 jaar wordt alle grond bij de voet van de boom weggehaald en opgewoeld om de wortels voldoende ruimte te geven om te groeien. Als dit niet zou gebeuren, nemen kleinere planten teveel voedingsstoffen op uit de omliggende grond en zou de levensboom niet genoeg kunnen binnenkrijgen. Ongeknipt ontwikkelt de levensboom zich solitair als een middelgrote boom met smalle kegelvormige kroon.

Portugal in Mondo Verde

De Moren brachten de kunst van het beschilderen van gepolijste tegels mee vanuit Perzië. De keramiek tegels waarop verschillende soorten taferelen geschilderd zijn, heten Azulejos. Het beschilderen van deze tegels gebeurt met blauwe verf. De tegels worden zowel op de binnenmuren als op de buitenmuren van huizen, kerken en andere gebouwen aangebracht en sieren nog enkele kenmerkende gebouwen in Portugese steden. Zo ook het Portugese paleis in Mondo Verde, dat door zijn blauwe gloed prachtig mee kleurt bij de talloze rozensoorten.

Een selectie van bijzondere flora in Portugal

Het Portugal in Mondo Verde kent een enorme rozenpracht, die verspreid over 4 perken voor bezoekers te bewonderen zijn. De kleiachtige grond in deze perken is geoptimaliseerd doordat deze tot een diepte van 8 cm is afgeacuten en daarna vermengd met koemest, compost en zand. Het zand zorgt voor een losse structuur waardoor de wortels van de rozen zich goed kunnen verspreiden.

De Chinese roos (Hibiscus rosa sinensis) is een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Deze plant wordt op grote schaal aangeplant en kan meer dan 4 m hoog worden. Vaak wordt de soort daarom als haag gebruikt. De bloemen staan solitair in de bladoksels en verschillen zelfs aan dezelfde plant sterk in grootte. De grootste bloemen hebben een diameter van 20 cm. De wilde soort heeft karmozijnrode bloemen, maar er zijn cultivars ontwikkeld met witte, gele, zalmkleurige, lila, donkerrode en gemengdkleurige bloemen. In Mondo Verde worden de Chinese rozen jaarlijks tot 5 cm hoogte terug gesnoeid, nadat deze voorheen alleen bovenin (vanaf een hoogte van 1,5 m) bloemen ontwikkelden. Sinds dit jaarlijks zo wordt aangepakt, leveren de rozen nu bloemen vanaf onder op de stam.

Weetje: 7 dagen na het paren, blijkt bij ratten de innesteling van een bevruchte eicel voor 100% voorkomen te kunnen worden na toediening van een extract uit de wortel van de Chinese roos. Het is nog onbekend of Chinese roos bij mensen een effectieve en veilige vorm van anticonceptie is.

De tuinhibiscus (Hibiscus syriacus) is ook een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Het is een bladverliezende struik die in het westen van Europa 2-3 m hoog kan worden. De appelgroene, ovale bladeren zijn drielobbig. De 5-10 cm brede bloemen verschijnen solitair in de bladoksels van de bovenste bladeren aan de jonge scheuten. Er bestaan vele cultivars van de tuinhibiscus met enkele, halfgevulde en gevulde bloemen. De bloemkleuren kunnen wit, blauw, roze, rood en paars zijn. In zonnige zomers kan de tuinhibiscus van augustus tot oktober bloeien, maar in regenachtige zomers kunnen de ongeopende bloemknoppen afvallen.

Spanje

Typisch Spaans is het Alhambra, Arabisch voor Rode Paleis. Dit is een middeleeuws paleis en fort van de Moorse heersers van het Koninkrijk Granada in Andalusië (Zuid-Spanje). Het bevindt zich op een heuvelachtig plateau aan de zuidoostelijke grens van de stad Granada. Binnenin zijn er mooie decoraties, veel kunstschatten van het Alhambra zijn gaandeweg gerestaureerd en zo een goed voorbeeld van Moorse kunst op het Europese vasteland. Het uitgebreide complex werd na de verovering van het Koninkrijk Granada in 1492 als een zeer belangrijke buit gezien. Vanwege de fijn uitgevoerde islamitische kunst en de zeer grote waarde van de kunstschatten, is het nu een populaire trekpleister voor kunststudenten in Europa. Dit bouwwerk is nagebouwd in Mondo Verde, inclusief de leeuwenpatio en de indrukwekkende fontein op de binnenplaats. Het Alhambra is door Unesco opgenomen op de werelderfgoedlijst.

Het Alcazar is een paleis in de Spaanse stad Sevilla. Het paleiscomplex is waarschijnlijk het oudste koninklijk paleis van Europa dat nog steeds als zodanig in gebruik is het Koninklijk Paleis van Sevilla. Het is één van de beste voorbeelden van de bouwstijl die sterk beïnvloed was door de voorgaande Moorse cultuur. Ook het Alcazar werd op de Werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst, en wel in 1987.

Een selectie van bijzondere flora in Spanje

Ook in Spanje zijn veel palmen (Trachycarpus) aangeplant.Trachycarpus is de botanische naam van dit geslacht van palmen. De planten zijn tweehuizig: er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. Heel zelden zijn de planten eenhuizig. De waaierpalm (Trachycarpus fortunei) is de meest bekende soort: het zijn niet-invasieve planten, die zich uitsluitend kunnen vermeerderen door zaadvorming. De zaden zijn niervormig en blauwgrijs van kleur.

Lantana is een geslacht uit de ijzerhardfamilie (Verbenaceae). Het geslacht omvat circa 150 soorten kruidachtige planten als struiken, die 0,5 - 2 m lang worden. De geurende oranje en rode bloemen trekken vele insecten en vogels aan, maar de besvruchten van Lantana zijn giftig. Lantana wordt gebruikt als waardplant door de larven van sommige soorten motten. De wisselbloem (Lantana camara) is de meest gekweekte soort, waarvan verschillende cultivars zijn ontwikkeld.

Mondo Verde bezit 3 uitzonderlijke exemplaren van de dadelpalm (Phoenix theophrasti), deze zijn ruim 50 jaar oud en worden elk jaar mooier. Om deze palmen 's winters te beschermen, worden ze met het aanbreken van de kou geplaatst in de heerlijke omstandigheden van de warme kas. De dadelpalm is een slanke, tot 10 m hoge palm die vaak uit meerdere stammen bestaat. De geveerde bladeren zijn 2-3 m lang en bochtig overhangend. De deelblaadjes zijn blauwgroen. Hij komt voor in zanderige rivierdalen en –mondingen. Vooral bij de uitgangen van ravijnen komt de soort veel voor. Dadels groeien in trossen aan de vrouwelijke bomen, in de vruchten bevindt zich een harde pit. De dadel is een steenvrucht.

Dierenplaza Mondo Verde

Ter verduidelijking van het mondiale dierenbestand in Mondo Verde, is er voor gekozen om een dierenplaza aan te leggen waar diverse dier- en plantsoorten uit allerlei landen en werelddelen te zien zijn. Het mooie van dit "park in het park" is dat bezoekers op een relatief klein domein kennis nemen van een grote variëteit aan soorten.

Daarmee hoopt Mondo Verde te bereiken dat bezoekers zo versteld staan van die verscheidenheid, dat het bewustwordingsproces over de pracht en praal die de natuur ons te bieden heeft, er voor zorgt dat er voorzichtiger met de natuur wordt omgegaan en er minder vervuiling door de mens wordt veroorzaakt. Bezoekers worden ontvangen met het trompetgeschal van kraanvogels, die luidkeels kunnen roepen om de aandacht op zich te vestigen. Niet alleen het grootste soort kraanvogel, de Sarus kraanvogel, woont in het dierenplaza, ook de kroonkraanvogel en de Japanse kraanvogel hebben hier hun plekje gevonden. In de Afrikaanse voliére leven verder Heilige Ibissen, koereigers, witgezichteenden, Afrikaanse kieviten en de Zuidelijke hoornraaf.

De zuidelijke hoornraaf, ook wel bekend als zuidelijke grondneushoornvogel (Bucorvus leadbeateri syn. Bucorvus cafer) leeft in Afrika, en wel het deel onder de Sahara. De vogel is over het algemeen zwart. Hij heeft niet echt een hoorn op de snavel, hooguit een knobbel. Hij is een omnivoor, maar eet meestal dierlijk voedsel dat bestaat uit vogeltjes, reptielen, amfibieën en insecten.

Ook treffen bezoekers in het dierenplaza emoes, nandoes en alpaca's aan. In het dierenplaza zijn verder stekelvarkens, kapucijnapen en neusberen ondergebracht. Enkele neusberen waren eerder als huisdieren aangeschaft maar bleken later toch niet zo gewenst te zijn. Nadat ze ondergebracht werden bij Stichting AAP, zijn deze dieren later naar Mondo Verde gekomen.

Een selectie van bijzondere flora in het Dierenplaza en op de Patio

De bergden (Pinus montana) is familie van de Pinaceae, verdraagt een temperatuur tot -30 °C en blijft de gehele winter groen. Deze conifeersoort is prima in allerlei decoratieve vormen te knippen. Deze plant wenst een matig voedselrijke, vochthoudende tot vochtige, zandhoudende bodem, bestaand uit een mengsel van zand en klei. De bergden verlangt een plekje in de zon en verdraagt zomerse hitte redelijk, mits de standplaats voldoende vochthoudend is. Daarom is deze zonder al te veel moeite ook in de lage landen goed te houden. Deze plant is, vanwege oppervlakkige worteling of grote vocht-/voedingopname, lastig met vaste planten te combineren.

De 'echte' tulpenboom (Liriodendron tulipiferum) is de bekendste van de twee soorten uit de tulpenboomfamilie en is afkomstig uit Noordoost Amerika waar de soort ook een belangrijke houtleverancier is. De andere soort, Liriodendron chinense, is afkomstig uit Azië. De tulpenboom is een opvallende verschijning: het mooi gevormde, opvallende blad en de schitterende op tulpen lijkende bloemen geven de boom een exotisch karakter. Binnen 10 jaar kan de boom al een hoogte bereiken van 10 - 15 meter. De kroon wordt uiteindelijk breed piramidaal van vorm. In de eerste jaren is de vorm meer breed zuilvormig van opbouw. De uitgroei van de boom is zodanig dat er vanzelf een mooie boomvorm ontstaat.Vooral in het najaar verkleurt het blad naar fel geeloranje. In juni - juli verschijnen de eerst nog groene bloemknoppen. Als die opengaan, ontvouwt zich een fantastische bloem. De schutbladeren zijn bleekgroen en hebben oranjegele vlekken aan de voet van het schutblad. De dikke meeldraden zijn diep geeloranje van kleur. Bezoekers van Mondo Verde maken vaak foto's van de tulpenboom, vooral in bloei is deze heel spectaculair.Ook in het dierenpark zijn palmen (Trachycarpus) aangeplant.

De meest bekende soort is de waaierpalm (Trachycarpus fortunei): deze soort is winterhard en groeit van nature zelfs op betrekkelijk grote hoogte in het Himalayagebergte. Grote verschillen in temperatuur op de natuurlijke groeiplaats maakt deze palm zo geschikt voor ons klimaat. Deze palm heeft rondom de stam rafelige vezels: een natuurlijke bescherming tegen een lage temperatuur. Bij een lang aanhoudende winter of een winter met veel sneeuw is wel bescherming nodig. Het is een oppervlakkig wortelende palm. Trachycarpus gedijt op een tegen wind beschutte plaats in de halfschaduw of volle zon. Een waaier kan tot anderhalve meter breed worden.

In de grote dierentuin van Mondo Verde leven wel 130 diersoorten!

Een groot aantal dieren heeft in Mondo Verde een nieuw, veilig thuis gekregen, nadat ze in beslag zijn genomen bij mensen thuis, op vliegvelden of in havengebieden.

Zo zijn hier een heleboel handtamme, maar ook gevaarlijke dieren!

Het is veel te veel om op te noemen, maar hier kom je o.a. de volgende dieren tegen ...

witoorpenseelaapjes, brilkaaimannen, ara's, ibissen, trompetvogels, ontelbare (veelal losvliegende) tropische en bontgekleurde vogels, koikarpers, het terrarium, walibi's, zwartneusschapen, ringstaartmaki's, alpaca's, kamelen, ganzen, eenden, ontelbare in- en uitheemse vogels in de grootste vogelvolière van Europa, de kinderboerderij met veel lieve en zeer aaibare dieren, kapucijnenapen, wilde katten, neusberen, aasgieren, stekelvarkens, emoes, vele soorten kraanvogels en nog veel en veel meer leuke, spannende, lieve, kleurrijke, zeldzame, vrolijke, gevaarlijke, stoere en bijzondere dieren (én levensechte dinosauriërs) en ... witte leeuwen !!!!

Weet je wat????
Kom gewoon snel naar Mondo Verde en kijk je ogen uit !!!